Wijnjaar 2002 wordt gekenmerkt door een wisselvallig groeiseizoen met veel regen en een relatief koele zomer, wat leidde tot complexe omstandigheden voor de wijnmakers. Dit jaar bracht elegante wijnen voort met een iets lichtere structuur, maar in sommige gevallen hebben producenten buitengewone kwaliteit weten te bereiken.
Linkeroever – Haut-Médoc en Graves
In de Haut-Médoc produceerde Château Citran een wijn die opviel door zijn verfijning en elegantie. De koele omstandigheden gaven de wijn een klassieke stijl, met iets minder kracht, maar met delicate aroma's van rood fruit en kruiden. In Graves, de regio ten zuiden van de stad Bordeaux, wist Château Villa Bel Air een balans te vinden tussen frisheid en mineraliteit dankzij de zanderige, kalkrijke bodem.
Rechteroever – Saint-Émilion en Pomerol
De rechteroever had een uitdagender seizoen. Wijnen van Merlot, de dominante druif in Saint-Émilion en Pomerol, bleven over het algemeen iets lichter. Toch wisten sommige châteaux mooie resultaten te behalen door zorgvuldige selectie van druiven en een strikte keldertechniek. De wijnen zijn vaak toegankelijker en zijn eerder op dronk dan de wijnen van warmere jaren.
Entre-deux-Mers en Sauternes
Entre-deux-Mers, de regio bekend om zijn witte wijnen, leverde frisse, levendige wijnen op. In de beroemde Sauternes-regio wist Château Lafaurie-Peyraguey een bijzonder zoete wijn te maken ondanks de moeilijke omstandigheden. Een leuk feit: deze Sauternes is geliefd om zijn rijke tonen van honing en abrikoos, die ook in koelere jaren goed tot hun recht komen.
Een interessante gebeurtenis in Bordeaux in 2002 was dat dit jaar door verschillende topchâteaux werd gezien als een kans om de traditionele technieken te perfectioneren, waarbij modernere methoden zoals strikte druivenselectie en geavanceerde keldertechnieken werden toegepast.