Het wijnjaar 2007 in Bordeaux zal in de boeken blijven staan als een jaar vol contrasten en uitdagingen, vooral tussen de verschillende regio’s aan de linker- en rechteroever van de Gironde. Hoewel 2007 geen groots oogstjaar wordt genoemd, heeft het wijnen voortgebracht die verfijning en elegantie belichamen. Wat opvalt, is hoe de linker- en rechteroever op hun eigen unieke manieren met de grillen van de natuur omgingen.
Linkeroever – Médoc en Graves
Op de linkeroever, waar Cabernet Sauvignon de boventoon voert, werden de wijnmakers geconfronteerd met een koel en nat groeiseizoen. De lente begon veelbelovend, maar de zomer was wisselvallig en teleurstellend met veel regen en weinig zon. Dit creëerde zorgen over de rijpheid van de druiven, vooral omdat Cabernet Sauvignon een laatrijpende variëteit is die veel warmte nodig heeft om optimaal te gedijen. Gelukkig bracht september een zonnige ommekeer, waardoor de druiven alsnog voldoende rijpheid konden bereiken.
In de Médoc, vooral in Pauillac en Saint-Julien, leverde dit jaar wijnen op met een opvallende elegantie en een lagere alcoholpercentage dan in grotere jaren. De wijnen hebben een fijne structuur, met tonen van rood fruit, cederhout en kruiden. Château Pichon Longueville Baron in Pauillac is een perfect voorbeeld van een wijn die ondanks de moeilijke omstandigheden toch finesse en balans heeft weten te behouden. Het resultaat is een wijn die eerder toegankelijk is in zijn jeugd, maar toch de potentie heeft om goed te rijpen.
Verder naar het zuiden, in Graves en Pessac-Léognan, profiteerden de wijnen van de iets warmere omstandigheden en de betere drainage van de kiezelrijke bodems. Dit zorgde voor iets rijpere druiven en vollere wijnen, hoewel ze over het algemeen minder krachtig zijn dan in topjaren.
Rechteroever – Saint-Émilion en Pomerol
Aan de rechteroever, waar Merlot domineert, verliep het seizoen net zo uitdagend, maar de vroegrijpe aard van de Merlot zorgde hier voor een licht voordeel. De druiven profiteerden van de warme septembermaand, die precies op tijd kwam om een fatsoenlijke rijpheid te bereiken. Hoewel het geen uitzonderlijke rijpingsniveaus behaalde, zorgde de Merlot voor wijnen met zachtere tannines, een verfijnde zuurgraad en een delicate fruitexpressie.
In Saint-Émilion toonden de beste wijnen, ondanks de grillige zomer, een opvallende elegantie. Château Figeac, een van de iconische châteaux in Saint-Émilion, bracht een wijn voort die het karakter van het jaar goed illustreert: delicaat, met aroma's van rood fruit, tabak en een vleugje mineraliteit. Deze wijnen hebben een lichtere body en zijn eerder toegankelijk dan in krachtiger jaren, maar blijven complex en charmant.
Pomerol, waar de kleibodems beter vocht vasthielden tijdens de wisselvallige zomer, leverde wijnen op met iets meer concentratie dan elders op de rechteroever. Merlot kwam hier iets beter tot zijn recht, wat resulteerde in soepele, rijpe wijnen met mooie rondheid en charme. Toch zijn ook deze wijnen niet voor de lange termijn bedoeld en worden ze gewaardeerd om hun toegankelijkheid in hun jeugd.
Conclusie
Al met al is 2007 in Bordeaux een jaar dat de nadruk legt op finesse boven kracht. Het is geen monumentaal jaar zoals 2005 of 2009, maar voor wie houdt van elegante, subtiele wijnen met een evenwichtige structuur, biedt 2007 verrassende juweeltjes. De wijnen van de linkeroever tonen meer frisheid en een lichtere structuur, terwijl de rechteroever zachtere, toegankelijkere wijnen biedt die eerder op hun piek komen.
Hoewel het misschien niet het jaar is waar verzamelaars massaal naar zullen grijpen, belonen de wijnen uit 2007 de drinker met een charmante verfijning en een toegankelijke drinkbaarheid die het ontdekken waard zijn.